Streven naar gemak

We hebben de neiging om het ons gemakkelijk te maken. Je zou kunnen zeggen dat onze technologische vooruitgang daar ook op gebaseerd is. Elk stuk gereedschap dat we ontwikkelen en elk bouwsel dat we ermee fabriceren heeft als primaire functie ons te helpen gemakkelijker en aangenamer specifieke doelen te bereiken. Ik besef dat de commerciële wereld inmiddels zo vaardig is geworden dat functioneel wel een heel rekbaar begrip is geworden (word ik echt avontuurlijker met de nieuwste Ford Mondeo?) maar desalniettemin sta ik achter mijn standpunt dat onze inspanningen voortgedreven worden door een functioneel streven onze doelen steeds gemakkelijker te realiseren.

Efficiëntie en rendement

Dit streven geldt niet alleen voor ons als individu maar zien we ook terug in de acties van organisaties in de maatschappij. Bedrijven zijn voortdurend bezig om processen te stroomlijnen om uiteindelijk met minimale inspanning een maximaal resultaat te boeken. Efficiëntie en rendement zijn de toverwoorden die aangeven hoe gezond een bedrijf is en hoe goed men bezig is. Ze vormen essentiële ingrediënten voor wat wij zien als competent handelen.

Competentie

Het onderwijs is hier geen uitzondering op. Iedereen die erin werkt zal beamen dat efficiëntie en rendement binnen de bestuurs- en management lagen veel aandacht krijgen. De redenering is simpel en decennia geleden al helder geformuleerd door de invloedrijke onderwijs expert Thomas Gilbert in zijn boek “Engineering Human Competence”. De centrale stelling: men is competenter naar mate men hetzelfde resultaat sneller en gemakkelijker kan bereiken. Hij was wars van wat hij de gedragscultus noemde. Die “cultus” stelt dat hard werken in zichzelf waardevol is. Gilbert was daar resoluut mee oneens. Zonder een resultaat dat betekenisvolle genoeg is om een prestatie genoemd te worden, heeft de inspanning weinig waarde. Hard werken is niet automatisch een teken van competent gedrag. Sterker nog, hij zag het eerder als een teken van incompetentie!

Vanuit dit perspectief is het natuurlijk belangrijk dat een school zo geolied mogelijk functioneert zodat leerlingen de gelegenheid krijgen om maximale prestaties te leveren. Terecht wordt er geïnnoveerd en geïnvesteerd in lesmethoden en materialen, websites, webinars, Moocs, E-learnings enzovoort. Er schuilt echter wel een gevaar wanneer we ons volledig richten op het technologisch en organisatorisch stroomlijnen en vergemakkelijken van bepaalde processen. Het kan een averechts effect hebben op het leerproces. Ik heb hier onlangs nog op gewezen in mijn lezing op het internationale NACADA congres in Hasselt afgelopen juli (zie essay Student Autonomy).

Cognitieve inspanning

Ik refereerde toen naar Robert Bjork met zijn concept van desirable difficulties waarmee hij wou aanduiden dat een bepaalde mate van cognitieve inspanning nodig is om echt te leren. Hiervoor dienen situaties en opdrachten niet al te gemakkelijk gemaakt te worden. Dit lijkt evident wanneer het zo geformuleerd wordt maar klantgerichtheid (studenten zijn klanten volgens onze bestuurders) en gebruiksvriendelijkheid zijn criteria waar de kwaliteit van onderwijs en begeleiding steeds meer op getoetst wordt. Ik heb geregeld discussies met mijn collega’s over onze materialen. Zij maken zich vaak zorgen of deze wel gebruiksvriendelijk genoeg zijn. Is het allemaal wel helder en toegankelijk? Bedienen we de klant wel voldoende? Moeten we het geheel niet beter stroomlijnen door (nog) meer plaatjes, filmpjes, links en verbindende opdrachten te ontwikkelen?

Natuurlijk is het belangrijk kritisch te kijken naar de kwaliteit van je materialen. Ik hanteer echter wel het uitgangspunt dat leermaterialen geen kookboek kunnen zijn. Een kookboek beschrijft een stapsgewijze procedure waarbij ingrediënten, volgorde en hoeveelheid helder uiteengezet worden zodat uiteindelijk die heerlijke appeltaart of pizza tevoorschijn komt. Deze werkwijze kan echter geen perfecte analogie vormen met het leerproces. Begrip is niet te realiseren met rigide stappen en een strak protocol (zie o.a. ook Chaos in de orde, Wat is Begrijpen? en De zombie en de centaur). Een bijzonder gebruiksvriendelijke handleiding kan zelfs het tegenovergestelde bewerkstelligen.

Google navigator

Neem het voorbeeld van de Tom Tom (of google navigator). Dit is een voortreffelijk apparaat (of app) dat ons helpt van A naar B te gaan. Het is ontzettend handig en gebruiksvriendelijk. Iedereen kan het bedienen. Het heeft wel een keerzijde; onze topografische kennis neemt zienderogen af. Om vroeger die ene camping in zuid Spanje te bereiken waren meerdere wegenkaarten en een goede voorbereiding vereist zodat men koersvast de juiste afslagen zou nemen. Door deze inspanning ontwikkelde men een besef van ligging en afstand en wist men nagenoeg alle plaatsen waar men langs zou komen. Men leerde heel veel. De gebruiksvriendelijke navigatie app heeft ons veel gebracht maar dat heeft het weggenomen. Op dezelfde manier kan een rondcirculerende samenvatting handig zijn terwijl het tegelijkertijd iets, leerpsychologisch gezien, weghaalt door zijn gebruiksgemak.

Resultaat versus prestatie

Het voorbeeld van de navigatie app is interessant omdat het verschil tussen een resultaat en een prestatie wordt blootgelegd (zie ook mijn essay De Musicus). Het snel en efficiënt bereiken van je bestemming is een prima resultaat waar we blij mee mogen zijn. Het is tegenwoordig echter geen prestatie meer. Het toepassen van de app levert simpelweg een resultaat op. Nu zullen sommigen mensen misschien stellen dat men met de app een prestatie levert maar ik ben het daar niet mee eens. Ik pleit hier gemakshalve voor een strikte scheiding. Machines leveren resultaten en mensen leveren prestaties.

Ik verwijs terug naar Gilbert. Voor hem stond competent gedrag niet los van een prestatie. Ik vind dat hij in zijn boek echter onvoldoende het onderscheid benadrukte tussen prestatie en resultaat. Daarom formuleerde ik het hierboven als volgt; “zonder een resultaat dat betekenisvolle genoeg is om een prestatie genoemd te worden, heeft de inspanning weinig waarde”. Het gaat om deze waarde. Dat bepaalt het verschil tussen een resultaat en een prestatie. De waarde is ook altijd terug te herleiden tot menselijk handelen (lees hiervoor mijn beschrijving van het waardesysteem in de Musicus). Zonder die waarde is een resultaat geen prestatie en heeft het niets van doen met competentie.

Inspanning

De waarde van een prestatie zit in de inspanning. Met geduld en toewijding, aan de hand van wegenkaarten, een route bepalen naar een camping in zuid Spanje waarbij je rekening houdt met pauzes, tanken en een inschatting van de verkeersdrukte onderweg om vervolgens de aankomsttijd tot op de uur nauwkeurig te voorspellen, is een prestatie die de persoon zich met trots mag toe-eigenen. Voor een app is het alleen maar een berekening.

Hoe lastiger de omstandigheden zijn hoe meer het individu zich moet inspannen en hoe groter de ervaren prestatie wordt. Studenten geven dit ook voortdurend aan over de dingen waar ze trots op zijn. Stuk voor stuk benadrukken ze hun lef, doorzettingsvermogen, geduld, nauwkeurigheid, flexibiliteit, creativiteit, frustratie tolerantie enzovoort, als reden voor hun trots. Dergelijk inzet creëert een prestatie, zelfs wanneer het resultaat negatief is (lees hiervoor ook de Musicus).

Niet stroomlijnen

Het stroomlijnen en vergemakkelijken van bepaalde organisatorische processen staat haaks op het leerproces wanneer gevoelens van inspanning, trots en waarde ermee verdwijnen. Prestaties verdwijnen eveneens en het enige dat overblijft zijn neutrale resultaten. Terecht beklaagt men de resultaatgerichtheid van leerlingen en studenten omdat ze ermee aangeven de onderwijsactiviteiten zelf waardeloos te vinden. We moeten echter in de spiegel kijken om de verantwoordelijken hiervoor aan te wijzen wanneer wij efficiëntie en rendement als hoogste goed hebben gelabeld. Onderwijs dient desirably difficult te zijn.

Vriendelijke leeromgeving

Dit betekent niet dat het legitiem is om allerlei obstakels voor leerlingen op te werpen vanuit luiigheid, onkunde of pure sadisme. Naast een bepaalde moeilijkheidsgraad dient de leeromgeving ook een bepaalde mate van “vriendelijkheid” te hebben. Deze term komt van cognitief psycholoog Robin Hogarth en hij zet het tegenover “onvriendelijke” leeromgevingen. Het verschil tussen beide is de consistentie van de feedback die men krijgt. Een omgeving die éénduidige en heldere feedback verschaft helpt mij snel te leren, onafhankelijk van de moeilijkheidsgraad. Het leren schaken of jongleren zijn vriendelijke processen terwijl ze, zeker op hoog niveau, bijzonder moeilijk kunnen zijn.

Nu is de dagelijkse werkelijkheid helaas alles behalve helder en consistent. Dit maakt het ontwikkelen van valide leertrajecten, die het individu helpen de uitdagingen van de praktijk aan te kunnen, zelf een grote uitdaging. Momenteel begeleid ik een Tandheelkunde student die uitstekend in staat is een behandelplan op papier te zetten n.a.v. de lessen die hij gekregen heeft maar veel moeite heeft met de daadwerkelijk operationalisatie ervan bij complexe ingrepen. Zijn primaire probleem is accepteren dat de feedback terplekke alles behalve helder en éénduidig is waardoor hij niet snel (lees: efficiënt) kan bepalen wat wijsheid is (lees: rendement kan halen). Zijn drang naar snelheid maakt hem slordig waardoor hij onaanvaardbare fouten maakt.

Om een student op te leiden dient men waakzaam te zijn voor teveel efficiëntie- en rendementsdenken. Goed werken dient te aller tijden belangrijker gevonden te worden dan snel werken. Ik ben ermee eens dat goed en snel werken het uiteindelijke streven is maar dat kan alleen bereikt worden wanneer men de eerste werkwijze centraal stelt. Het kan helpen om hierbij het verschil tussen een resultaat en een prestatie in acht te nemen omdat bij goed leren werken ongemak ons meer dient dan gemak.